
Een bedrijf wordt verkocht, maar de kopende partij wil dat de zittende manager tijdelijk aanblijft. Hij wordt statutair bestuurder en gaat werken op basis van een managementovereenkomst. Na een dispuut over de verkoop wordt hij per direct ontslagen en wordt de overeenkomst opgezegd. De manager eist via de rechter een transitievergoeding en een billijke vergoeding, claimend dat hij feitelijk een werknemer was.
Deze zaak draait om een klassiek conflict: is de managementovereenkomst een verkapt dienstverband (arbeidsovereenkomst) of een zuivere overeenkomst van opdracht? De uitkomst bepaalt of de manager recht heeft op ontslagbescherming en vergoedingen.
Het oordeel: Geen werknemer
De rechter stelde het bedrijf in het gelijk. De verhouding tussen partijen werd aangemerkt als een overeenkomst van opdracht. Hierdoor werd de manager niet-ontvankelijk verklaard in zijn eisen voor een transitievergoeding.
Waar kijkt de rechter naar?
Om te bepalen of iemand werknemer of opdrachtnemer is, kijkt de rechter naar alle feiten en omstandigheden. In deze zaak gaven de volgende punten de doorslag:
1. De bedoeling van partijen In de managementovereenkomst stond expliciet opgenomen dat het niet de bedoeling was om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Hoewel papier geduldig is, woog dit zwaar mee omdat het paste in de context van de bedrijfsoverdracht.
2. De context (Earn-out) De afspraken waren onderdeel van de verkoop van het bedrijf. Er was een zogenaamde ‘earn-out regeling’ (een nabetaling afhankelijk van toekomstige winst). De manager bleef aan om deze transitie te begeleiden.
3. Zelfstandigheid & Ondernemerschap De manager had een grote mate van vrijheid. Dat hij zich aan bepaalde kaders moest houden, maakt hem nog geen werknemer; ook een opdrachtgever mag instructies geven. Daarnaast waren er duidelijke kenmerken van ondernemerschap:
- Hij factureerde zijn managementfee (met btw).
- Er werden geen loonheffingen en premies ingehouden.
- Er was geen recht op loondoorbetaling bij ziekte.
- Hij liep ondernemersrisico (ook omdat hij privé het bedrijfspand verhuurde aan de onderneming).
Conclusie
U kunt niet van twee walletjes eten. Als u kiest voor de fiscale en financiële vrijheid van het ondernemerschap (managementfee, geen premie-inhouding), kunt u zich bij ontslag niet plotseling beroepen op de bescherming van het arbeidsrecht.
