Werknemer opgeknapt, maar oude werk bestaat niet meer

Een kennisgroep van de Belastingdienst heeft onlangs een standpunt gepubliceerd over de vaste reiskosten- en thuiswerkvergoeding bij ouderschapsverlof. De beoordeling of een werknemer ‘in de regel’ reist naar een vaste plaats van werkzaamheden vindt plaats per aanleiding en op kalenderjaarbasis. De vraag is of sprake is van een nieuwe aanleiding binnen het kalenderjaar als een werknemer ouderschapsverlof opneemt, nadat hij (aanvullend) geboorteverlof heeft opgenomen.

Wet- en regelgeving

Vergoedingen van reiskosten in het kader van de dienstbetrekking zijn volgens de wetgeving gericht vrijgesteld. Ook kan een werkgever een vast bedrag van € 2,35 (2024) per thuisgewerkte dag, daaronder begrepen een gedeelte van een thuiswerkdag, onbelast aan een werknemer vergoeden. Als een vaste vergoeding wordt gegeven aan een werknemer, die op ten minste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste plaats van werkzaamheden reist of thuiswerkt, mag deze vergoeding worden berekend alsof de werknemer op ten hoogste 214 dagen per kalenderjaar naar die vaste plaats van werkzaamheden reist of thuiswerkt (de 128-dagenregeling).

Standpunt kennisgroep

Ja, er is sprake van een nieuwe aanleiding binnen het kalenderjaar als een werknemer ouderschapsverlof opneemt, nadat hij (aanvullend) geboorteverlof heeft opgenomen, tenzij zich een situatie voordoet van aaneengesloten verlof.

Wanneer is sprake van een nieuwe aanleiding?

De genoemde aantallen dagen worden op basis van de wet berekend. De kennisgroep interpreteert het begrip ‘in de regel’ als volgt:

  • Beoordeling: vindt plaats per aanleiding en op kalenderjaarbasis.
  • Aanleidingen: zoals verlof, cursus en ziekte worden niet bij elkaar opgeteld en zijn afhankelijk van de feiten en omstandigheden.
  • Kalenderjaar: als de aanleiding het kalenderjaar overstijgt, is sprake van een nieuwe aanleiding.

Enthousiast geworden, maak kennis met 4-Vision