
Een front officemedewerkster van een short stay appartementencomplex woonde in dat complex. Omdat de gemeente in de exploitatievergunning eiste dat er altijd een medewerker aanwezig was en de medewerkster al in het complex woonde, kreeg ze van haar werkgever aanwezigheidsdiensten opgelegd. Ze moest van 22.00 uur tot 10.00 uur de volgende dag in het complex aanwezig zijn. Daarvoor kreeg ze per dienst vijf uur uitbetaald. Bij de rechter eist ze uitbetaling van alle uren.
Wat is arbeidstijd?
De vraag die de rechter moet beantwoorden is of de uren waarvoor de medewerkster was ingeroosterd geheel of gedeeltelijk moeten worden beschouwd als arbeidstijd. Op grond van de Arbeidstijdenrichtlijn moet onder arbeidstijd worden verstaan: de tijd waarin de werknemer werkzaam is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn werkzaamheden of functie uitoefent.
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU is het volgende relevant:
- In welke mate heeft de werknemer de mogelijkheid om zijn/haar tijd zelf te beheren?
- Kan de werknemer zich met eigen interesses bezighouden?
- Zorgt de onvoorspelbaarheid van oproepen voor een permanente staat van paraatheid?
Als de beperkingen te groot zijn, kan een beschikbaarheidsdienst volledig als arbeidstijd worden aangemerkt.
Bijzondere situatie: wonen op het werk
De rechter stelt vast dat het hier gaat om een bijzondere situatie, omdat de medewerkster in één van de appartementen woonde. Voorheen had ze al ‘bereikbaarheidsdiensten’. Ze werd toen alleen betaald voor de uren waarin zij daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte. Dit verliep tot ieders tevredenheid. De rechter leidt hieruit af dat de medewerkster tijdens die diensten voldoende tijd had voor zichzelf.
Oordeel rechter: aanwezigheidsdienst vs. bereikbaarheidsdienst
De situatie veranderde toen de werkgever ‘aanwezigheidsdiensten’ invoerde. Ze moest nu fysiek op de locatie blijven.
- Beperking: Ze mocht de locatie niet verlaten, tenzij voor werk.
- Vrijheid: Ze kon wel bezoek ontvangen en in haar eigen bed slapen (omdat ze er woonde).
De rechter weegt hier af of de verplichting om aanwezig te zijn (in haar eigen woning) zo belastend is dat alle 12 uren als werktijd moeten gelden, of dat de vergoeding van 5 uur (voor daadwerkelijk werk en de beperking) redelijk is. In deze specifieke casus speelt het feit dat de werkplek ook de privéwoning is een doorslaggevende rol in de beoordeling van de mate van beperking.
