
Woon-werkverkeer met een ter beschikking gestelde auto geldt voor de btw als privégebruik. Er is een wettelijke regeling die de aftrek van btw daarom beperkt. Maar als werknemers thuiswerken en nagenoeg alle afspraken vanuit huis doen, geldt de woning dan niet als werkadres? Is de bijtelling voor privégebruik voor de btw dan niet onterecht? Over deze vragen heeft de hoogste rechter zich onlangs uitgesproken.
Standpunt van de werkgever
Een werkgever die hierover procedeerde, stelde dat het woonadres van de werknemers door de mogelijkheid om daar te werken, ook een werkadres wordt. De redenering was als volgt:
- De woning is een zakelijke locatie.
- De rit van huis naar kantoor is daardoor een rit tussen twee bedrijfsadressen.
- Ritten tussen bedrijfsadressen zijn zakelijk, dus zou er geen btw-correctie voor privégebruik mogen plaatsvinden.
Oordeel Hoge Raad: Hoofdregel blijft overeind
De rechter gaat niet mee in de redenering van de werkgever en stelt voorop dat het onder normale omstandigheden aan de werknemer is om zijn woonplaats te kiezen. De werkgever staat buiten die keuze. Daarom dient de auto van de zaak bij woon-werkverkeer in de regel een privédoel van de werknemer.
Dit is alleen anders in zeer bijzondere omstandigheden, waarbij de bedrijfsbelangen eisen dat de werkgever voor het vervoer zorgt. In zo’n geval wordt het persoonlijke voordeel ondergeschikt aan het bedrijfsdoel.
Thuiswerken verandert niets
De rechter oordeelt dat het feit dat werknemers thuis kunnen werken, geen sprake is van zo’n bijzondere omstandigheid.
- Karakter van de rit: De mogelijkheid om thuis te werken verandert niets aan de aard van de rit tussen de woning en het kantoor.
- Conclusie: Dat het huis op andere momenten een werkplek is, maakt de rit naar kantoor niet zakelijk.
Let op: Woon-werkverkeer blijft voor de btw, ook bij veel thuiswerken, gelden als privégebruik. De wettelijke aftrekbeperking blijft dus onverminderd van kracht.
