
De invoering van het nieuwe stelsel in box 3 op basis van werkelijk rendement is uitgesteld van 2026 naar 2027. Wel komen er verfijningen in de regelgeving voor de periode tot die invoering (de overbruggingsperiode). Er worden onlogische uitkomsten gerepareerd en er liggen nieuwe plannen op tafel om scheefgroei tegen te gaan.
Hieronder de belangrijkste wijzigingen en voorstellen.
VvE-aandeel en derdengeldenrekening naar spaartarief
Bepaalde vermogensrechten vielen onbedoeld in de categorie ‘overige bezittingen’, waarover een hoog forfaitair rendement wordt berekend. Omdat dit vermogen feitelijk gewoon op een bankrekening staat, wordt dit aangepast:
- Aandeel VvE: Het aandeel in het reservefonds van een Vereniging van Eigenaren wordt onder de categorie banktegoeden geplaatst.
- Derdengeldenrekening: Het aandeel in het vermogen op de derdengeldenrekening van een notaris wordt eveneens verplaatst naar de categorie banktegoeden.
Defiscaliseren onderlinge schulden
Vorderingen en schulden binnen het gezin worden ‘gedefiscaliseerd’. Dit geldt voor:
- Fiscaal partners onderling.
- Ouders en minderjarige kinderen (indien het inkomen van het kind aan de ouders wordt toegerekend).
Dit betekent dat deze vorderingen en schulden tegen elkaar wegvallen en niet meer in de belastingaangifte hoeven te worden vermeld.
Mogelijke toekomstige aanpassingen
Naast de bovenstaande besluiten, zijn er voorstellen die nog niet definitief zijn, maar wel in de pijplijn zitten:
1. Scheefgroei bij leningen repareren Momenteel is er een disbalans bij leningen tussen particulieren (bijvoorbeeld een familiebank).
- De uitlener wordt belast in de categorie ‘overige bezittingen’ (hoog rendement, ca. 6,17%).
- De lener mag de schuld aftrekken tegen het lage schuldenforfait (ca. 2,46%). Om dit op te lossen is het voorstel om vorderingen hetzelfde (lage) forfaitaire percentage te geven als schulden. Ook wordt gekeken naar een verdere uitsplitsing van de categorie ‘overige bezittingen’ (bijv. effecten, onroerend goed, vorderingen) in de aangifte.
2. Verhoging heffingskorting groen beleggen Doordat de belasting op spaargeld laag is, wordt het fiscale voordeel van groen sparen minder gevoeld. Om groen beleggen aantrekkelijk te houden, is het voorstel om de heffingskorting te verhogen van 0,7% naar 1,1% van het vrijgestelde bedrag.
