
Een stel breidt de eigen woning uit met een bijkeuken die toegang biedt tot een nieuw gastenverblijf. Dit verblijf bestaat uit een kamer met keukenblok en een toilet/doucheruimte en wordt via Airbnb verhuurd aan toeristen. De vraag is: hoe wordt de huur fiscaal behandeld?
Het geschil: Box 1 of Box 3?
Er ontstaat discussie over de fiscale kwalificatie van het gastenverblijf:
- Standpunt eigenaren: Zij vinden dat er sprake is van Box 3-inkomen. Hierbij wordt een forfaitair rendement over de waarde berekend, maar blijven de daadwerkelijke huurinkomsten onbelast.
- Standpunt Belastingdienst: De fiscus stelt dat er sprake is van tijdelijke verhuur van de eigen woning (Box 1). In dat geval is 70% van de ontvangen huur belast.
Oordeel rechter: Onderdeel van de eigen woning
De rechter stelt de Belastingdienst in het gelijk. Het gastenverblijf wordt gezien als onderdeel van de eigen woning (aanhorigheid).
- Bouwkundig: Het is aangebouwd aan de woning en behoort kadastraal tot dezelfde onroerende zaak. Dat er een eigen ingang en nutsvoorzieningen zijn, is niet doorslaggevend.
- Beschikbaarheid: Het stel kan over het gastenverblijf beschikken. Zij bepalen immers zelf of ze het verhuren of zelf gebruiken. Dat zij het in de praktijk niet zelf gebruiken, doet er niet toe; het staat hen als hoofdverblijf ter beschikking buiten de verhuurperiodes om.
Conclusie: 70% van de huur belast
Omdat het gaat om verhuur aan toeristen (korte periodes), staat vast dat de woning telkens op korte termijn weer ter beschikking van de eigenaar komt. Hiermee is de regeling tijdelijke verhuur van toepassing.
Dit betekent dat 70% van de huurinkomsten moet worden opgegeven als inkomsten uit eigen woning. Alleen kosten die rechtstreeks samenhangen met de verhuur (zoals provisie voor Airbnb en kosten voor gas/water/licht van de gasten) mogen hierop in mindering worden gebracht.
