
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV heeft in privé een pand gekocht met het plan dit te herontwikkelen. Het project loopt echter niet zoals gehoopt en hij verkoopt de rechten met verlies aan zijn eigen BV. De vraag is: is dit verlies fiscaal aftrekbaar als ‘negatief resultaat uit overige werkzaamheden’?
De casus
De DGA kocht privé een pand (naast een pand van zijn broer) om deze samen via een nieuw opgerichte BV te herontwikkelen tot seniorenappartementen. Dit mislukt. De rechten worden met verlies verkocht aan de BV van de DGA. De DGA wil dit verlies in zijn aangifte inkomstenbelasting aftrekken.
Wanneer is er sprake van ‘Overige Werkzaamheden’?
Volgens de wet is er sprake van ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ (Box 1) als het gaat om het rendabel maken van vermogen op een manier die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat. Denk hierbij aan:
- Het uitponden van onroerende zaken.
- Het zelf verrichten van groot onderhoud.
- Het gebruikmaken van bijzondere voorkennis.
Essentieel is dat de werkzaamheid gericht moet zijn op het behalen van voordelen die het rendement bij normaal beheer te boven gaan (en dus een hogere opbrengst beogen door de eigen arbeid/inzicht).
Oordeel rechter: Geen aftrekbaar verlies
De DGA bepleitte dat hij een aftrekbaar negatief resultaat had, omdat hij waardecreatie verwachtte door de ontwikkeling. De rechter ging hier echter niet in mee:
- Bewijslast: Omdat de DGA een aftrekpost claimt, ligt de bewijslast bij hem.
- Geen voordeel beoogd: De rechter oordeelde dat de gesloten overeenkomst feitelijk geen voordeel in het vooruitzicht stelde dat beïnvloed kon worden door de werkzaamheden van de DGA.
- Normaal beheer: Het voordeel kon het rendement van normaal actief vermogensbeheer redelijkerwijs niet overstijgen.
Conclusie
Er is geen sprake van ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. Het verlies blijft hierdoor in de privésfeer (Box 3, waar verliezen doorgaans niet aftrekbaar zijn) en kan niet worden verrekend met andere inkomsten. Hoewel het leek op een zakelijke activiteit die tot verlies leidde, toetste de rechter de contracten gedetailleerd en concludeerde dat een daadwerkelijk voordelig resultaat uit werkzaamheden nooit de intentie of mogelijkheid was.
