
Het door de regering voorgestelde nieuwe box 3-stelsel moet ingrijpend worden herzien, zo adviseert de Raad van State. Volgens de Afdeling advisering heeft het huidige voorstel te grote gevolgen voor zowel burgers als de Belastingdienst. Dit zou leiden tot een verslechtering van de dienstverlening, beperkte communicatiemogelijkheden met de fiscus en onvoldoende toezicht.
Inhoud en achtergrond wetsvoorstel
Met het Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 wil de regering afstappen van het forfaitaire stelsel (vaste percentages), dat door de Hoge Raad in strijd is bevonden met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De regering stelt de volgende mechanismen voor:
- Vermogensaanwasbelasting (hoofdregel): Belasting over de jaarlijkse waardestijging van vermogen (zoals banktegoeden en aandelen), ook als dit nog niet is verzilverd.
- Vermogenswinstbelasting (uitzondering): Voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen wordt pas belasting geheven bij verkoop (realisatie).
- Netto vastgoedbijtelling: Een forfaitaire heffing voor onroerend goed dat het hele jaar niet wordt verhuurd (eigen gebruik).
Kritiek Raad van State: Integrale visie ontbreekt
De Raad van State constateert dat er geen overkoepelende visie op het belasten van vermogen ten grondslag ligt aan het plan. De focus ligt te veel op budgettaire neutraliteit; het nieuwe stelsel moet tussen 2027 en 2032 precies evenveel opbrengen als het oude stelsel. Dit uitgangspunt belemmert volgens de Raad een zorgvuldige afweging van de volgende belangen:
- Rechtmatigheid: Het voldoen aan juridische kaders en mensenrechten.
- Uitvoerbaarheid: De mate waarin de Belastingdienst het stelsel kan handhaven.
- Doenvermogen: Of burgers de complexe nieuwe regels wel kunnen begrijpen en naleven.
- Eenvoud: Het voorkomen van een overdaad aan verschillende regels per type bezit.
Patstelling tussen wetgever en uitvoering
De Afdeling advisering spreekt van een ‘patstelling’ tussen de wetgever, de rechter en de uitvoering. Het advies aan de regering is dan ook om alternatieve denkrichtingen te verkennen. Hierbij kan worden gedacht aan de overgebleven ruimte voor een (eenvoudiger) forfaitair stelsel of een bredere toepassing van de vermogenswinstbelasting.
Vanwege de zwaarwegende bezwaren moet de regering de vormgeving van het box 3-stelsel opnieuw bezien voordat het wetsvoorstel verder in procedure wordt gebracht.
