
Op Prinsjesdag zijn de fiscale kabinetsplannen voor 2023 gepresenteerd. In dit overzicht behandelen we de maatregelen die de meeste belastingplichtigen direct raken.
Let op: De specifieke maatregelen voor ondernemers en DGA’s worden in afzonderlijke artikelen behandeld.
1. Reiskostenvergoeding omhoog
Goed nieuws voor wie reist voor het werk. Na jarenlang op hetzelfde niveau te zijn gebleven, mogen werkgevers hun werknemers eindelijk meer belastingvrij gaan vergoeden voor gemaakte reiskosten.
- 2022: € 0,19 per kilometer
- 2023: € 0,21 per kilometer
- 2024: € 0,22 per kilometer
2. Koopkracht en Inkomstenbelasting
Het kabinet neemt maatregelen om werken lonender te maken en de koopkracht te ondersteunen.
Verhoging arbeidskorting Vanaf 1 januari 2023 wordt de arbeidskorting jaarlijks verhoogd.
- Voor wie: Werknemers en zelfstandigen met een arbeidsinkomen tot € 115.000.
- Het voordeel: Netto gaan werkenden er tot ruim € 500 per jaar op vooruit. Dit maakt werken aantrekkelijker, vooral voor inkomens tussen de € 11.000 en € 37.000.
Tarief inkomstenbelasting omlaag Ook het basistarief in de inkomstenbelasting daalt licht.
- Het tarief van de 1e schijf (inkomens tot € 73.071) daalt naar 36,93%.
- Dit levert netto maximaal € 102 per jaar op. (Bij een inkomen van € 50.000 is dit voordeel € 70).
3. Gezinnen: Afbouw IACK
Er komt een belangrijke wijziging aan voor de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK). Deze wordt vanaf 2025 geleidelijk afgeschaft, maar er is een overgangsregeling.
- Kind geboren voor 1 januari 2025: U behoudt recht op IACK totdat het jongste kind 12 jaar oud is (uiterlijk tot 2037).
- Eerste kind geboren na 1 januari 2025: U heeft geen recht meer op IACK.
4. Werkgevers en WKR
Om de loonkosten voor werkgevers te verlagen, worden twee maatregelen genomen per 2023:
- De Aof-premie voor kleine werkgevers gaat omlaag.
- De vrije ruimte in de Werkkostenregeling (WKR) wordt verruimd van 1,7% naar 1,92%. Dit geeft meer ruimte voor onbelaste vergoedingen (zoals een kerstpakket of sportabonnement).
5. Vermogen (Box 3)
Voor spaarders en beleggers verandert er ook het nodige. Tot en met 2025 geldt de overbruggingswetgeving waarbij wordt uitgegaan van de werkelijke verdeling van spaargeld, beleggingen en schulden (in plaats van een fictieve mix).
Tariefverhoging Het belastingtarief in Box 3 gaat stapsgewijs omhoog:
- Het tarief was 31%.
- Dit wordt jaarlijks met 1% verhoogd naar 34% in 2025.
- Het heffingsvrij vermogen wordt vastgesteld op circa € 57.000.
