
Een zelfstandige consultant woont in Limburg, maar werkt de hele week voor opdrachtgevers in Amsterdam en Tilburg. Hij slaapt daar in gehuurde kamers en eet – noodgedwongen – elke dag buiten de deur. Hij trekt deze kosten af als zakelijke kosten. De Belastingdienst weigert dit: “Eten moet u toch, dus dit is privé.” Wie heeft er gelijk?
Dit is een klassiek discussiepunt tussen ondernemers en de fiscus. De Hoge Raad, onze hoogste rechter, heeft hierover een belangrijk oordeel geveld dat gunstig uitpakt voor ondernemers die voor hun werk van huis zijn.
De Hoofdregel: Ondernemer beslist
Het uitgangspunt in het belastingrecht is dat de ondernemer bepaalt welke kosten nodig zijn voor de onderneming. De inspecteur mag niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten om het ‘zakelijk nut’ te beoordelen.
- Zijn kosten gemaakt met het oog op zakelijke belangen? Dan zijn ze in principe aftrekbaar.
- Zijn kosten uitsluitend gemaakt voor persoonlijke behoeften? Dan zijn ze niet aftrekbaar.
Het Oordeel: Verteerkosten zijn ‘Gemengde Kosten’
De Belastingdienst stelde dat de maaltijden van de consultant in de privésfeer lagen (iedereen moet immers eten). De Hoge Raad ziet dit anders. Omdat de consultant voor zijn werk van huis was, zijn de kosten gemaakt met het oog op de zakelijke belangen.
Echter, er zit wel degelijk een privé-element aan (de consultant hoeft thuis niet te koken). Zulke kosten noemen we gemengde kosten.
Hoe werkt de aftrek?
De Hoge Raad oordeelt dat het niet aan de inspecteur is om te bepalen hoeveel van de maaltijd privé is en hoeveel zakelijk. De wetgever heeft hiervoor namelijk een standaardregeling bedacht om dat privé-voordeel te verrekenen: de aftrekbeperking.
Voor verteerkosten (voedsel, drank, genotmiddelen) geldt:
- De Drempel: De eerste € 5.600 aan gemengde kosten is niet aftrekbaar (u mag alleen het meerdere aftrekken).
- Het Percentage (vaak gunstiger): U mag er ook voor kiezen om 80% van de kosten in aftrek te brengen (bij de inkomstenbelasting). De overige 20% is voor eigen rekening en dekt het ‘privé-voordeel’. Voor de Vennootschapsbelasting (BV’s) is dit percentage 73,5%.
Conclusie
De consultant mag de kosten voor zijn ontbijt, lunch en diner aftrekken. Hij moet daarbij wel de wettelijke correctie toepassen (bijvoorbeeld 20% niet aftrekken). De Belastingdienst mag de aftrek niet volledig weigeren met het argument dat eten een privézaak is.
