
De Belastingdienst heeft op 18 maart 2025 nieuwe handvatten gepubliceerd over het gebruik van deelauto’s. Aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden wordt duidelijk wanneer u te maken krijgt met bijtelling en wanneer niet.
Overweegt u als werkgever deelauto’s in te zetten? Het fiscale verschil zit hem in de afspraken over privégebruik en de controle daarop. We bespreken twee veelvoorkomende situaties.
Situatie 1: De “Last Mile” (Puur Zakelijk)
In dit voorbeeld reist een werknemer met het openbaar vervoer naar een klant, maar het laatste stuk is lastig bereikbaar.
- De reis: De werknemer fietst naar het station, pakt de trein, en pakt op het station van aankomst een deelauto (via een bedrijfsabonnement) om naar de klant te rijden.
- De afspraken: De werkgever betaalt de deelauto. Privégebruik is verboden (op straffe van een boete) en de werkgever controleert de factuur/kilometerstand om te zien of dit klopt met de zakelijke reis.
Fiscale gevolgen: Omdat het privégebruik verboden is én gecontroleerd wordt, is er geen sprake van een ‘auto van de zaak’ (terbeschikkingstelling).
- Geen bijtelling: Er hoeft niets bij het loon te worden opgeteld.
- Vergoedingen:
- Fiets: U mag € 0,23 per km onbelast vergoeden.
- Trein: U mag de werkelijke kosten of het abonnement onbelast vergoeden (of € 0,23 per km).
- Deelauto: De kosten zijn zakelijke bedrijfskosten.
Situatie 2: De Poolauto (Gemengd Gebruik)
In dit voorbeeld huurt de werkgever een auto waarvan de sleutel bij de receptie ligt.
- Het gebruik: Drie werknemers (A, B en C) gebruiken de auto afwisselend.
- De afspraken: De werkgever houdt geen kilometeradministratie bij en controleert het gebruik niet. Privégebruik is toegestaan.
Fiscale gevolgen: Hier is wél sprake van een ‘auto van de zaak’. Omdat privégebruik is toegestaan, moet er bijtelling worden betaald. Omdat de auto door meerdere personen wordt gebruikt, moet de bijtelling worden verdeeld naar rato van gebruik.
Rekenvoorbeeld: De auto heeft een cataloguswaarde van € 45.000. De standaard bijtelling is 22% per jaar (€ 9.900). Het totale gebruik in dagen was:
- Werknemer A: 45 dagen
- Werknemer B: 60 dagen
- Werknemer C: 100 dagen
- Totaal: 205 dagen
De bijtelling wordt verdeeld op basis van deze dagen. Werknemer A krijgt dus een bijtelling ter grootte van (45/205) deel van het totaalbedrag, Werknemer B (60/205), enzovoorts.
Conclusie
Het wel of niet betalen van bijtelling bij een deelauto hangt volledig af van de beheersmaatregelen.
- Strenge controle + verbod privé: Geen bijtelling.
- Vrij gebruik / geen controle: Wel bijtelling (verdeeld over de gebruikers).
