
Wanneer bent u voor de Belastingdienst een ondernemer en wanneer een hobbyist? Dat verschil is cruciaal voor de aftrek van kosten. Een recente rechtszaak van een musicus laat zien dat ‘serieus bezig zijn’ niet genoeg is; de cijfers moeten kloppen.
Een musicus start vol goede moed een eenmanszaak. Hij investeert in apparatuur, treedt op, produceert muziek en verkoopt dit online. De eerste drie jaar zijn zwaar verlieslatend, maar in het vierde jaar is er een kleine winst. De musicus wil zijn aanloopverliezen aftrekken, maar de Belastingdienst weigert.
De discussie: Bron van Inkomen
Om kosten fiscaal te mogen aftrekken, moet er sprake zijn van een bron van inkomen. Hiervoor gelden drie voorwaarden:
- Deelname aan het economisch verkeer (ja, hij treedt op tegen betaling).
- Het oogmerk om voordeel te behalen (ja, hij wil winst maken).
- De objectieve voordeelsverwachting (is het realistisch dat er winst gemaakt wordt?)
Argumenten van de musicus
De musicus vond dat hij wel degelijk ondernemer was. Hij voerde aan:
- Professionaliteit: Hij had een logo, visitekaartjes, een website en deed aan marketing.
- Investeringen: De aangeschafte licht- en geluidsapparatuur was te groot voor zijn appartement en dus puur zakelijk, niet voor de hobby.
- Stijgende lijn: Na drie verliesjaren was er in jaar vier eindelijk winst, precies volgens zijn businessplan.
Argumenten van de Belastingdienst
De inspecteur keek puur naar de cijfers en prikte door de ‘boekhoudkundige winst’ heen.
- De cijfers: In de eerste drie jaar was er een verlies van in totaal € 21.000. De winst in jaar vier was slechts € 231.
- De truc met afschrijving: De kleine winst in jaar vier ontstond alleen maar omdat de musicus in de jaren ervoor gebruik had gemaakt van willekeurige afschrijving (startersfaciliteit). Hij had alle kosten naar voren gehaald.
- De realiteit: Als de afschrijvingen ‘normaal’ over de jaren waren verdeeld, was er ook in jaar vier sprake geweest van verlies.
Oordeel Rechter: Geen aftrek
De rechter stelde de Belastingdienst in het gelijk. De musicus moet aannemelijk maken dat er zicht is op winst. Gezien het enorme verlies van € 21.000 tegenover een marginale winst van € 231 (die ook nog eens kunstmatig was door de afschrijvingsmethodiek), oordeelde de rechter dat er redelijkerwijs geen voordeel viel te verwachten.
Conclusie: De activiteiten blijven voor rekening van de musicus. Er is geen sprake van een bron van inkomen, dus de verliezen zijn niet aftrekbaar van het overige inkomen in Box 1. Het blijft fiscaal gezien een (dure) hobby.
