
De Raad van State was kritisch en adviseerde een drastische aanpassing, maar het kabinet houdt voet bij stuk. Het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ wordt naar verwachting nog in het eerste kwartaal van 2025 ingediend bij de Tweede Kamer. Het kabinet ziet dit plan, ondanks de haken en ogen, als de beste route naar een eerlijker systeem.
De roep om vermogen te belasten op basis van wat u echt verdient (in plaats van fictieve rendementen) is groot. Het kabinet erkent dat elke keuze nadelen heeft, maar stelt dat het nu tijd is om knopen door te hakken tussen “imperfecte alternatieven”.
Waarom geen alternatieven?
De Raad van State stelde alternatieve routes voor. Het kabinet heeft deze gewogen, maar om diverse redenen terzijde geschoven. Hieronder de twee belangrijkste verworpen opties en de redenen daarvoor.
1. Huidige situatie: Forfaitair met tegenbewijs Sinds de uitspraak van de Hoge Raad in juni 2024 geldt er feitelijk een tegenbewijsregeling: is uw werkelijke rendement lager dan het forfait? Dan betaalt u minder. Het kabinet wil hier zo snel mogelijk vanaf, omdat dit systeem asymmetrisch en duur is:
- Oneerlijk: In goede beleggingsjaren betaalt men het (lage) forfait, in slechte jaren claimt men het (lage) werkelijke rendement. De fiscus verliest altijd.
- Voordeel voor de rijken: Vooral grote vermogens met veel beleggingen profiteren hiervan.
- Kostenpost: Dit kost de schatkist jaarlijks circa € 2,4 miljard.
- Complexiteit: Ook hier moet het werkelijke rendement berekend worden, maar gegevens kunnen nog niet vooraf ingevuld worden.
2. Volledige vermogenswinstbelasting De Raad van State suggereerde een belasting op gerealiseerde winst (zoals bij verkoop van aandelen), vergelijkbaar met internationale standaarden. Het kabinet wijst dit af vanwege:
- Uitstelgedrag: Beleggers gaan verkoop uitstellen om belasting te vermijden (lock-in effect).
- Budgetgaten: In de eerste jaren komen er nauwelijks belastinginkomsten binnen zolang mensen niet verkopen.
Het gekozen stelsel: Een hybride variant
Het wetsvoorstel waar het kabinet mee doorgaat, kiest voor een middenweg (hybride stelsel).
- Hoofdregel: Een vermogensaanwasbelasting. U betaalt belasting over de waardestijging (ook als u niet verkoopt) plus directe inkomsten (rente/dividend).
- Uitzondering: Voor illiquide bezittingen zoals onroerend goed en aandelen in start-ups geldt wél een vermogenswinstbelasting (pas betalen bij realisatie/verkoop).
Bereid u voor op complexiteit
Het kabinet is eerlijk over de gevolgen: het nieuwe stelsel wordt ingewikkelder. We stappen af van een simpel (maar oneerlijk) forfaitair systeem naar een systeem dat de complexe werkelijkheid probeert te volgen. Dit vraagt meer van uw administratie en het ‘doenvermogen’ van de burger.
