
De statutair directeur van een bedrijf in productie en verduurzaming van fruit, groente en peulvruchten neemt een time-out, nadat klachten over zijn wijze van leidinggeven met de raad van commissarissen zijn besproken. Vervolgens wordt hij ontslagen. Twee jaar tevoren hadden partijen afgesproken het dienstverband vijf jaar te verlengen. De directeur gaat naar de rechter.
Een rechtsgeldig ontslag van een statutair bestuurder uit zijn vennootschappelijke positie brengt als regel ook de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst met zich mee. Voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst dient echter wel een redelijke grond aanwezig te zijn. Een ontslag zonder redelijke grond kan niet leiden tot herstel van de arbeidsovereenkomst, maar wel tot toekenning van een billijke vergoeding.
Verwijtbaar handelen of nalaten?
De werkgever voerde diverse ontslaggronden aan. In deze zaak was vanaf de aanvang van het dienstverband tot de bespreking met de raad van commissarissen de werkgever echter steeds positief over het functioneren van de directeur. Er was geen kritiek geuit over zijn wijze van communiceren of leidinggeven. Twee jaar geleden nog hebben partijen afspraken gemaakt over hun intentie om het dienstverband vijf jaar voort te zetten. Van verwijtbaar handelen of nalaten is daarom volgens de rechter niet gebleken.
Onoverbrugbaar verschil van inzicht
Het mag zo zijn dat de werkgever na een interne melding concludeerde dat de directeur zijn wijze van communiceren en leidinggeven moest veranderen, maar dat betekent op zichzelf nog niet dat er een onoverbrugbaar verschil van inzicht was. Daarover had de werkgever eerst in overleg moeten gaan met de directeur. De werkgever heeft hem echter een time-out gegeven en hem vervolgens niet meer tot het werk toegelaten.
Mogelijkheid tot verbetering
Weliswaar mag van een directeur als bestuurder een hoge mate van zelfstandigheid worden verwacht, maar dat neemt niet weg dat ook hij moet worden gewezen op tekortschieten in zijn functioneren en de mogelijkheid moet krijgen dit te verbeteren. Pas als een directeur zou weigeren om de door de werkgever gewenste verbetering op te volgen, kan een onoverbrugbaar verschil van inzicht ontstaan.
Een redelijke grond voor opzegging is aanwezig bij ongeschiktheid tot het verrichten van de arbeid, mits de werkgever de werknemer van de ongeschiktheid tijdig in kennis heeft gesteld en de werknemer voldoende in de gelegenheid is gesteld zijn functioneren te verbeteren. De werkgever heeft dat laatste nagelaten en kan dus geen geslaagd beroep doen op disfunctioneren.
