
Een chauffeur claimt bij zijn ex-werkgever een bedrag van meer dan € 9.000 aan te weinig betaald loon tijdens vakantieverlof. Bij de berekening van het vakantiegeld was de beloning voor structureel overwerk immers niet meegenomen. Volgens de ex-werkgever hoefde dat ook niet, omdat de chauffeur vrijwillig had aangegeven dat hij wilde overwerken. Hoe oordeelt de rechter?
De hoofdregel
De vergoeding voor overwerk maakt geen deel uit van het loon dat tijdens de vakantie moet worden doorbetaald, tenzij aan drie voorwaarden is voldaan:
- Het overwerk is verplicht opgedragen.
- Het overwerk heeft een regelmatig (structureel) karakter.
- De vergoeding vormt een belangrijk onderdeel van de totale beloning.
Vrijwillig of verplicht?
Partijen waren het erover eens dat de chauffeur zelf had aangegeven te willen overwerken. Toch oordeelt de rechter dat het overwerk verplicht was.
- Redenering: Doordat de planner de chauffeur inroosterde voor meer dan 40 uur, werd het opgedragen werk. De chauffeur kon niet na 40 uur zomaar stoppen en naar huis gaan; dat zou werkweigering zijn.
- Conclusie: Het willen verrichten van overwerk was vrijwillig, maar het uitvoeren ervan werd verplicht door de inroostering.
Regelmatige basis en omvang
Volgens de chauffeur werkte hij structureel over. Uit de overzichten bleek dat hij in elke periode van vier weken overwerk verrichtte, vaak tussen de 70 en 90 uur. Zelfs in periodes met verlof of ziekte werd er overgewerkt. Daarnaast bleek uit de loonstroken dat de overwerkvergoeding een wezenlijk onderdeel van zijn totale salaris was.
Uitspraak
De rechter concludeert dat aan alle voorwaarden is voldaan. De vergoeding van gemaakte overuren maakt in dit geval deel uit van het loon waarop de chauffeur recht had tijdens zijn vakantieverlof. De werkgever moet alsnog betalen.
